Beste Mensen…

Kerst

Als we kijken naar de manier waarop we samen in de Advent naar Kerstmis zijn toegegroeid via de mooie schepping en we zien dat wij mensen er een puinhoop van hebben gemaakt, wat ook lijkt op onze tijd, horen we daarna “midden onder u staat Hij die gij niet kent”. Veel mensen zijn vandaag de dag ook bezig om die puinhoop weer te herstellen. Op de laatste zondag hoorden we hoe Maria zei: “het is goed wat U wilt en doet, ik ben er klaar voor”.

Toen moest ik denken aan het volgende:
Het zal wel niet alleen bij ons thuis gebeurd zijn, dat wanneer de kerststal weer van zolder werd gehaald, er de ene of de andere broze herder zijn hoofd kwijt bleek te zijn. Wij hadden er thuis in ieder geval wel van die zwakke broeders bij.
Wanneer je de doos met beeldjes open deed, zag je het al: hij hield een staf in zijn handen, maar had er zijn hoofd niet meer bij. Ieder jaar opnieuw werden de zwakke broeders gelijmd, en zo maakten we er weer hele mensen van. Er werd er nooit een weggegooid.
Integendeel, die het meeste te lijden hadden gehad, werden met de grootste zorg behandeld. Soms denk je, dat wij mensen met heel wat meer zorg omspringen met de beelden van de kerststal dan met de beelden van God. En daarmee bedoel ik, alle mensen, geboetseerd door hem, gemaakt naar zijn beeld.

Op degenen die het meest te lijden hadden gehad, waren we het zuinigst, zei ik, terwijl we in het leven van alledag meer opzien naar de sterken en machtigen, en vaak voorbijzien aan de gebrokenen, de zwakken, de mensen die te lijden hebben gehad, gescheurd en gehavend door het leven. De eersten, die het goede nieuws van de kerstnacht te horen krijgen, zijn niet de groten en machtigen, maar een stel zwakke en onaanzienlijke mensen, herders. Zij zijn de eersten. Het ging toen immers, zoals het vaak gaat, de machtigen keken neer op de zwakken. Zij zeiden: “Al die blinden en lammen, al die herders en dwazen, daar valt niets mee te doen”. Maar Jezus zegt: “Nee, zo hoort het niet”. Hij biedt hun hulp en maakt er weer hele mensen van. Daarom gaat er op de eerste plaats voor hen een licht op in de duisternis. De luister van de hemel omstraalde hen. Dat betekent: in dit kind is God zelf aan het werk. Geen mens met het hoofd in de wolken, maar een medemens, die in een tochtige schuur en een wankele kribbe te midden van gebroken en gehavende mensen wil zijn.

Zo is onze God geworden en de vraag blijft of wij nu door zijn menswording te vieren er zelf ook meer mens van kunnen worden, medemensen met elkaar. Kerstmis vieren en er zelf meer mens van worden, dat kan als we mensen de ruimte geven. En dus: beter een gelijmd hoofd vol goede wil dan een stel hersens vol berekening; beter een gebroken hart dan een hart van steen; en beter vuile handen dan schone die nog nooit een ander geholpen hebben.
Welkom bij de stal, ieder die van goede wil is, en dus niet weggooit wat gehavend is, en helen wil wie gebroken is.

EEN ZALIG KERSTFEEST!

p. K. van Gorp s.c.j.