Aswoensdag

Het hoofd gebogen in weemoedig zwijgen, want stof ben jij, bedenk dat wel!
Je kunt tot grote hoogten stijgen; nu ben je even niet in tel!
Je bent als hulp’loos kind geboren; wat je ook bent, ben je door Mij.
Ik heb je onder and’ren uitverkoren, maar liet je verder altijd vrij.
Sta even stil in dit gehaaste leven, bedenk eens wat je eigenlijk bent.
En kijk eens, al is het maar heel even, of je jezelf nog wel herkent.
De veertigdagentijd, tijd van bezinnen, waar je in dit leven staat,
Je kunt het leven nog zo fel beminnen; bedenk wel dat je tot stof vergaat.